Lesgeven is net tuinieren!

Is het je wel eens opgevallen dat er veel overeenkomsten zijn tussen lesgeven en tuinieren? ‘Wie zaait zal oogsten’ geldt voor allebei. Zaaien in de wilde weg is meestal verknoeide energie; je moet planmatig te werk gaan. Ook dat gaat voor beiden op. De overeenkomst tussen een leerkracht en een tuinier gaat nog verder.

De basis

Je taak als leerkracht begint bij het controleren van de basis: waar staat jouw leerling bij binnenkomst? Welke bagage brengt hij of zij mee? Is die bagage goed aangebracht, met andere woorden: is er een goede bodem waarop je verder kunt bouwen of moet het fundament worden verbeterd? Iedere tuinier weet maar al te goed dat je op een slechte bodem niets kan beginnen. Ook bij tuinieren start je dus bij de basis: is de bodem goed?

Omstandigheden

Zijn de omstandigheden optimaal om te ‘zaaien’? Als leerkracht let je o.a. op de tijd in het jaar, dag van de week, het tijdstip van de dag, op bepaalde gebeurtenissen waar de leerlingen vol van zijn, en je weet ook dat je leerlingen zich bij zomerse temperaturen of naderend onweer vaak anders gedragen en minder opnemen dan bij rustig lenteweer. Je anticipeert op dit soort omstandigheden. Een tuinier let ook op de omstandigheden: tijd in het jaar, temperatuur en vochtigheid zijn van groot belang voor succes en bepalen voor een groot deel de werkzaamheden.

Voorbereiding

Een tuinier is in de winterperiode bezig met het plannen van het nieuwe tuinseizoen: De gidsen van zaadhandelaren worden vergeleken, er wordt gezocht naar nieuwe hulpmiddelen of handig gereedschap en naar informatie via boeken of workshops. Als leerkracht doe je dat in de zomer, als voorbereiding op het nieuwe schooljaar: Wat brengen de uitgeverijen? Kun je een betere methode vinden? Zijn er nieuwe leermiddelen op de markt, zijn er interessante workshops of studiedagen? Je wilt immers zorgen voor goed lesmateriaal!

Methode

Naast het lesmateriaal maak je ook nog de keuze voor de didactiek en de bij de lesmethode behorende technieken, afgestemd op jouw leerlingen. De tuinier neemt soortgelijke beslissingen: zaai je op rijtjes of breedwerpig, in potten of in de volle grond, afgedekt of juist niet (bij lichtkiemers), alles tegelijk of in gedeelten en op welke plek in je tuin?

Verzorging

Zaailingen moet je goed verzorgen, je moet ze op tijd water geven en goede voeding. Geen kunstmest, want dat geeft wel veel groei maar weinig smaak. Ook leerlingen hebben goede voeding nodig en genoeg drinken, geen fastfood en frisdrank, want dat geeft veel loze calorieën en weinig ‘hersenvoedsel’.
Een dagelijkse bezigheid is het voorkomen van groeistagnatie, in de tuin door bijv. het onkruid tussen de planten weg te halen en de grond los te houden en tijdens de les door afleidende prikkels bij leerlingen weg te nemen en te zorgen voor voldoende frisse lucht in het lokaal.

Observeren

‘Je moet wel tegen je planten praten’ wordt vaak gezegd als planten het niet goed doen. Praat jij voldoende met je leerlingen? Een werkelijk gesprek waarin je echt luistert naar wat hen bezighoudt, helpt je om erachter te komen wat je moet doen om optimale leeromstandigheden te creëren.
Kijk vooral goed, dan zie je wat je planten nodig hebben. Zien ze er gezond uit of hebben ze gele blaadjes, groeien ze regelmatig, hangen ze slap, enz. Observeer je leerlingen en je ziet waar zij aan toe zijn, waar ze behoefte aan hebben, hoe ze omgaan met medeleerlingen, hoe samenwerking verloopt, of ze zich kunnen concentreren, enz.

Beschermen

Tere planten bescherm je tegen extreme weersinvloeden, insecten, vogels en andere ongewenste zaken, uiteraard op een plantvriendelijke en milieuvriendelijke manier. Je leerlingen moet je ook beschermen tegen kwalijke invloeden, zoals te hoge verwachtingen, pesten en ongewenste gevolgen van het gebruik van internet en social media.

Speciale aanpak

Constateer je ziekten, grijp dan niet meteen naar chemische middelen, maar zorg voor goede voeding, extra aandacht, wat meer rust en je helpt zowel planten als leerlingen er vaak weer bovenop. Werkt dat niet voldoende, dan kun je bovendien natuurlijke middelen inzetten die zorgen voor de oppepper die nodig is. Sproeien met brandnetelgier of een scheut compostthee heeft daarbij voor planten een soortgelijke werking als verstuiven van etherische oliën of een kop kruidenthee bij je leerlingen. Het zal zeker bijdragen tot ‘een goede oogst’!

Naast alle overeenkomsten is er één groot verschil: bij het tuinieren wordt momenteel slow gardening aanbevolen, waarbij de tijd genomen wordt om het zaaigoed op een natuurlijke manier te laten rijpen, rekening houdend met het specifieke gewas en de omstandigheden. Zo ontstaat een beter, smaakvoller product. In het onderwijs krijgt de langzame leerling vaak een veel minder positieve benadering. Als leerkracht ben je soms gedwongen om kunstgrepen toe te passen om alle leerlingen in dezelfde tijd door een programma te loodsen of klaar te stomen voor een toets of examen. Zou je juist dan niet graag de overeenkomst met tuinieren willen vasthouden?

Deze blog verscheen ook op de schooltuinblog voor ecologisch schooltuinieren van Velt, de Vlaams/Nederlandse Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren.


Foto: “Mijn mini groententuin!” by Nicoline Wouterlood, on Flickr